Zo laag mogelijke lokale lasten
OZB, riool- en afvalstoffenheffing
Uitgangspunt is dat de riool- en afvalstoffenheffing kostendekkend zijn. Dit houdt in dat de kosten met betrekking tot afval en riool worden doorbelast via de afvalstoffen- en rioolheffing. Aanpassingen met betrekking tot de toe te rekenen kosten worden altijd ter vaststelling aan de raad voorgelegd.
Voor de riool- en afvalstoffenheffing geldt dat, als de egalisatievoorziening boven de 1 miljoen stijgt, het tarief meerjarig zo wordt vastgesteld dat de stand van de voorziening weer daalt naar rond de 1 miljoen euro.
Rioolheffing
Het riooltarief volgt één op één uit het in 2023 door de raad vastgestelde PWR (Programma stedelijk water en riolering). Met daarin de keuze die is gemaakt voor duurzame financiering. Om te komen tot het tarief voor de duurzame financiering (werken met de spaarvoorziening), indexatie en de hogere baggerkosten stijgt het tarief in 2026 met circa 7% en in 2027 met circa 8%. De tarieven vindt u in de paragraaf lokale heffingen.
Afvalstoffenheffing
De egalisatie voorziening staat begin 2025 op 1,9 miljoen euro.
Het uitgangspunt is dat we die rond de 1 miljoen euro houden om grote incidentele tegenvallers op te vangen. De tarieven voor 2026 worden nu met 4% verlaagd ten opzichte van 2025. De kostendekkendheid van het tarief komt daarmee op 97%. Dit zorgt ervoor dat bij een toekomstige jaarlijkse stijging van het tarief van circa 3% vanaf 2027 de voorziening de komende jaren daalt tot circa 1 miljoen euro in 2029. De tarieven vindt u in de paragraaf lokale heffingen.
Voor de OZB wordt jaarlijks als minimale stijging het pNB over het vorige jaar gebruikt. Dit is nodig om budgetneutraal te blijven ten aanzien van de korting op de algemene uitkering door het Rijk. Deze index wordt jaarlijkse in de meicirculaire gebruikt voor aanpassing van de landelijke rekentarieven OZB.
Deze pNB wordt ieder jaar medio maart gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB (Centraal Planbureau).
De stijging met betrekking tot deze index wordt jaarlijks in de kadernota ter vaststelling aan de raad voorgelegd. Voor 2026 is dit 4,2%.